Een echte noodzaak is er niet. Zowel Randstad als Vedior kunnen het
zelfstandig redden. Beide bedrijven behoren tot de topvijf van de
wereldwijde uitzendmarkt. Om de sprong naar de nummer één (Adecco) en twee
(Manpower) te maken, is echter meer nodig. Spierballenvertoon.

Dat laten Randstad en Vedior nu zien. Eerder dan ze zelf waarschijnlijk hadden
willen bekendmaken, kwam vrijdag naar buiten dat zij besprekingen voeren
over een krachtenbundeling. De bovenliggende partij is Randstad, dat vorig
jaar een omzet boekte van 8,2 miljard euro tegen 7,66 miljard euro voor
Vedior. Ook qua beurswaarde is het concern uit Diemen een stuk groter.

Samen genereren ze naar verwachting dit jaar een gezamenlijke omzet van ruim
17 miljard euro, waarmee zij het Amerikaanse Manpower zouden overvleugelen.
Adecco blijft met meer dan 21 miljard euro nog even uit het zicht, maar dat
kan snel veranderen.

Alle uitzendconcerns azen op snelle groei in markten waar uitzendwerk
nog tot volle wasdom moet komen. In Duitsland bijvoorbeeld, maar ook in
landen in Midden- en Oost-Europa.

Vedior is een bonte verzameling van merken in talloze landen. Sommige
bedrijven zijn grootschalig, andere zijn specialistische uitzenders in
nichemarkten. Het gevolg van jarenlange overnames. Nergens is het concern
zeer groot. Met twee uitzonderingen: de operaties in België en bovenal
Frankrijk. Het laatste land is voor Randstad waarschijnlijk het
belangrijkst, want het is de grootste uitzendmarkt van Europa. Vedior is na
Adecco en Manpower de derde uitzender van het land.

Randstad heeft nooit potten kunnen breken in Frankrijk. De industrie,
waaronder de autoproducenten, vormt het grootste marktsegment, met grote
contracten en kleine marges. Daarvoor is schaalgrootte van belang.

Die ontbreekt bij de huidige Franse operatie van Randstad. Noodgedwongen
concentreert het zich daarom op andere markten zoals die voor
administratieve functies. Ter illustratie: de omzet van Randstad in België
is 50 procent hoger dan in Frankrijk.

Randstad-oprichter Frits Goldschmeding was altijd een verklaard
tegenstander van grote overnames. Hij belijdde de olievlek-strategie, later
omgedoopt in leliebladstrategie. Bouw je bedrijf uit vanuit een sterke
regionale positie. Met één merk. En àls je koopt, doe het dan niet op de top
van de markt.

In 1998, kort na zijn vertrek, maakte Randstad een uitzondering op beide
regels: onder de nieuwe topman Hans Zwarts kocht het voor 850 miljoen dollar
Strategix, een Amerikaanse uitzender, in een periode van hoogconjunctuur.

De overname zou Randstad nog jarenlang achtervolgen toen de resultaten van de
nieuwe dochter tegenvielen. Hans Zwarts, afkomstig van ING, verdween in 2001
door de zijdeur.

Zijn opvolgers Cleem Farla (2002-2003) en Ben Noteboom, beiden
Randstad-veteranen hielden daarna weer vast aan de Goldschmeding-doctrine.
Ja, ze deden acquisities maar altijd voor overzichtelijke bedragen. Nu gaat
het om de grootste overname in de geschiedenis. Vedior was vrijdagmiddag op
de beurs in Amsterdam 2,9 miljard euro waard.

Het bod op Vedior is daarom zeer opmerkelijk. Frits Goldschmeding kijkt
als grootaandeelhouder nog altijd mee over de schouder van de
Randstad-directie. Hij bezit nog steeds 38 procent van het bedrijf dat hij
in 1960 onder de naam Uitzendbureau Amstelveen op zijn zolder begon.

De overname is nog geen gedane zaak. De besprekingen bevinden zich in een
vroeg stadium.

Bovendien kunnen er voor beide bedrijven flinke obstakels opduiken. In
Nederland krijgt de combinatie een te groot marktaandeel, denken analisten.
Randstad beschikt nu al over een aandeel van 38 tot 40 procent op de
Nederlandse markt en zou er met Vedior nog eens 8 procent bijkrijgen. Voer
voor de Nederlandse Mededingingsautoriteit dus.

De kans is groot dat beide uitzenders kantoren moeten afstoten, aldus analist
Marc van der Holst van het beleggingsbureau Iris van Robeco en Rabobank. "Je
moet daarbij denken aan de wijze waarop Fortis nu naar het kantorennetwerk
moet kijken na de overname van ABN Amro."

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen op z24.nl